AOW en het overlijden van je partner
Als je partner overlijdt, komt er veel op je af. Ook je AOW en die van je partner veranderen. Wat gebeurt er precies, en moet je zelf iets regelen?
De AOW van je partner stopt
De AOW van iemand die overlijdt, stopt op de dag na het overlijden. De gemeente geeft het overlijden door aan de SVB; daar hoef je zelf meestal niets voor te doen.
Was de AOW van je partner al voor de hele maand betaald? Dan is er te veel betaald. De SVB verrekent dat met het vakantiegeld en de overlijdensuitkering.
Overlijdensuitkering en vakantiegeld
Als partner krijg je van de SVB een eenmalige overlijdensuitkering. Daarnaast wordt het vakantiegeld uitbetaald dat je partner had opgebouwd vanaf mei tot en met de dag van overlijden.
Heb je zelf de AOW-leeftijd?
Dan krijg je vanaf de maand waarin je partner is overleden vanzelf het hogere AOW-bedrag voor alleenstaanden. Je hoeft dat niet aan te vragen. Hoeveel dat is, zie je op AOW-bedragen.
Heb je nog niet de AOW-leeftijd?
Dan heb je misschien recht op een nabestaandenuitkering volgens de Algemene nabestaandenwet (Anw). Dat kan als je partner verzekerd was voor de Anw en je:
- voor een kind jonger dan 18 jaar zorgt, of
- voor minstens 45% arbeidsongeschikt bent.
De Anw-uitkering stopt als je zelf de AOW-leeftijd bereikt. Daarnaast kan er een nabestaandenpensioen zijn via het pensioenfonds van je partner. Neem daarvoor contact op met dat pensioenfonds.
Toeslagen en belasting
Je inkomen en je huishouden veranderen. Geef dat door aan de Dienst Toeslagen, zodat je zorgtoeslag en huurtoeslag kloppen. Zie ook AOW en toeslagen. Als alleenstaande met AOW heb je bovendien mogelijk recht op de alleenstaande-ouderenkorting; zie AOW en belasting.
Een overzicht van alles wat je moet regelen na een overlijden vind je op de website van de Rijksoverheid.