Doorwerken na je AOW: loont het?
Steeds meer mensen blijven na hun AOW-leeftijd werken, een paar dagen per week of zelfs fulltime. Soms omdat het financieel nodig is, vaak omdat ze het werk leuk vinden. Loont het, en waar moet je op letten?
Je houdt je volledige AOW
Het belangrijkste eerst: je AOW wordt niet gekort als je gaat werken. Alles wat je verdient, komt bovenop je AOW. Daarin verschilt de AOW van bijvoorbeeld de bijstand of de AIO-aanvulling.
Je betaalt minder belasting dan vroeger
Na je AOW-leeftijd betaal je geen AOW-premie meer. Daardoor is het tarief in de eerste belastingschijf flink lager dan voor werkenden onder de AOW-leeftijd. Van elke euro die je bijverdient, houd je dus meer over dan vroeger. Let wel op de loonheffingskorting: laat die door maar één instantie toepassen, meestal de SVB. Anders volgt er een naheffing. Zie AOW en belasting.
De keerzijde
- Toeslagen kunnen dalen. Extra inkomen kan je zorgtoeslag of huurtoeslag verlagen. Zie AOW en toeslagen.
- Minder bescherming. Bij ziekte krijg je maximaal 6 weken loon doorbetaald en na je AOW-leeftijd heb je geen recht meer op WW.
- Ouderenkorting. Deze heffingskorting wordt lager naarmate je inkomen hoger is.
Alle regels over je contract en je rechten staan op werken na je AOW-leeftijd.
Uitgesteld pensioen
Werk je door, dan kun je bij veel pensioenfondsen je pensioen later laten ingaan. Je krijgt het dan korter, maar per maand hoger. Voor wie gezond is en het werk leuk vindt, kan dat een aantrekkelijke combinatie zijn: AOW plus loon nu, en later een hoger pensioen.
Zo reken je het uit
- Zoek je netto AOW op bij de AOW-bedragen.
- Tel je verwachte netto loon en eventueel pensioen erbij op.
- Trek eventuele lagere toeslagen eraf.
- Vergelijk dat met je situatie zonder werk.
Twijfel je, laat dan een proefberekening maken door een financieel adviseur of gebruik de rekenhulpen van de Belastingdienst en de Dienst Toeslagen.