Pensioenakkoord 2019: zo werd de stijging van de AOW-leeftijd afgeremd
In juni 2019 sloten het kabinet, werkgevers en vakbonden een pensioenakkoord. Een van de belangrijkste afspraken ging over de AOW-leeftijd. Die ging daardoor minder snel omhoog dan eerder in de wet stond. Wat is er precies afgesproken?
De situatie vóór het akkoord
Volgens de wet zou de AOW-leeftijd in 2021 al 67 jaar zijn. Daarna zou hij één op één meestijgen met de levensverwachting: leven we een jaar langer, dan gaat de AOW-leeftijd ook een jaar omhoog. Vakbonden vonden dat te snel, vooral voor mensen met zwaar werk.
Wat is er afgesproken?
- Bevriezing: de AOW-leeftijd bleef in 2020 en 2021 op 66 jaar en 4 maanden, net als in 2019.
- Tragere stijging: daarna ging hij in stappen omhoog naar 66 jaar en 7 maanden (2022), 66 jaar en 10 maanden (2023) en 67 jaar in 2024.
- Zwakkere koppeling: vanaf 2025 stijgt de AOW-leeftijd met twee derde van de stijging van de levensverwachting, in plaats van één op één.
Deze afspraken zijn vastgelegd in de Wet vermindering stijging AOW-leeftijd. De volledige tabel vind je op AOW-leeftijd per geboortedatum.
Wat betekent dat nu nog?
De bevriezing en de trage stijging zijn inmiddels voorbij. De zwakkere koppeling aan de levensverwachting werkt nog elk jaar door: de AOW-leeftijd stijgt daardoor minder hard dan zonder het akkoord. Zo is de AOW-leeftijd sinds 2024 67 jaar en wordt hij in 2028 67 jaar en 3 maanden. Hoe die berekening werkt, lees je in zo hangt de AOW-leeftijd af van de levensverwachting.
Het pensioenakkoord was ook het begin van de Wet toekomst pensioenen, die het pensioen via je werkgever verandert. Zie Wet toekomst pensioenen en de AOW.
Bereken je eigen AOW-leeftijd
Wil je weten wat dit voor jou betekent? Vul je geboortedatum in bij de AOW-leeftijd calculator.