AOW-wetgeving: van Noodwet Drees tot nu

AOW-wetgeving: van Noodwet Drees tot nu

De AOW bestaat sinds 1957, maar de wetgeving eromheen is sindsdien vaak aangepast. Op deze pagina zetten we de belangrijkste wetten en wijzigingen op een rij, zodat je ziet waarom de AOW nu werkt zoals hij werkt.

Vóór de AOW: ouderdomsrente en de Noodwet Drees

Al in het begin van de twintigste eeuw kwam er een eerste wettelijke ouderdomsrente, maar die was klein en gold pas vanaf 70 jaar. Veel ouderen waren afhankelijk van hun kinderen, de kerk of de armenzorg.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam minister Willem Drees in 1947 met de Noodwet Ouderdomsvoorziening. Die gaf ouderen vanaf 65 jaar een bescheiden uitkering van de overheid. De wet was bedoeld als tijdelijke oplossing, maar legde de basis voor een algemeen ouderdomspensioen. Nog steeds zeggen veel mensen “van Drees trekken” als ze AOW bedoelen.

1957: de Algemene Ouderdomswet

Op 1 januari 1957 trad de Algemene Ouderdomswet in werking. Nieuw was dat iedereen die in Nederland woonde verzekerd was, ongeacht inkomen of beroep. De AOW-leeftijd werd 65 jaar en de uitkering werd betaald uit premies van werkenden: het omslagstelsel dat nog steeds bestaat. Lees hoe dat nu werkt op hoe werkt de AOW?

1985: eigen AOW voor iedere partner

Oorspronkelijk kreeg een getrouwd stel één AOW-uitkering, op naam van de man. Sinds 1985 heeft iedere partner een eigen recht op AOW. Voor paren waarvan één partner nog geen AOW-leeftijd had, kwam er een partnertoeslag.

2013: de AOW-leeftijd gaat omhoog

Met de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd werd besloten dat de AOW-leeftijd vanaf 2013 stapsgewijs zou stijgen, eerst met één maand per jaar. Voor het eerst sinds 1957 was 65 jaar niet meer de vaste AOW-leeftijd. In 2015 werd de verhoging met een nieuwe wet versneld, zodat de AOW-leeftijd sneller naar 66 en 67 jaar zou gaan. Tegelijk werd vastgelegd dat de AOW-leeftijd daarna zou meestijgen met de levensverwachting.

2015: einde partnertoeslag

Per 1 januari 2015 is de partnertoeslag afgeschaft voor nieuwe gevallen. Wie AOW krijgt en een jongere partner heeft, krijgt sindsdien alleen het bedrag voor samenwonenden. Lees meer op AOW en samenwonen.

2019: het pensioenakkoord remt de stijging af

In 2019 sloten kabinet, werkgevers en vakbonden een pensioenakkoord. De AOW-leeftijd bleef in 2020 en 2021 gelijk op 66 jaar en 4 maanden en steeg daarna minder snel, naar 67 jaar in 2024. Ook werd de koppeling aan de levensverwachting afgezwakt: vanaf 2025 stijgt de AOW-leeftijd nog maar met twee derde van de stijging van de levensverwachting. Dat is vastgelegd in de Wet vermindering stijging AOW-leeftijd. Meer hierover lees je in ons artikel over het pensioenakkoord en de AOW-leeftijd.

2023: Wet toekomst pensioenen

De Wet toekomst pensioenen uit 2023 gaat over het pensioen dat je via je werkgever opbouwt, niet over de AOW. De AOW-leeftijd, de opbouw en de hoogte van de AOW veranderen er niet door. Wat de wet wel betekent, lees je in Wet toekomst pensioenen en de AOW.

Overzicht

Jaar Wijziging
1947 Noodwet Ouderdomsvoorziening: uitkering vanaf 65 jaar
1957 Algemene Ouderdomswet treedt in werking
1985 Iedere partner krijgt een eigen AOW-recht
2013 AOW-leeftijd gaat stapsgewijs omhoog
2015 Verhoging versneld; partnertoeslag afgeschaft voor nieuwe gevallen
2019 Pensioenakkoord: stijging afgeremd, koppeling aan levensverwachting afgezwakt
2024 AOW-leeftijd bereikt 67 jaar
2028 AOW-leeftijd wordt 67 jaar en 3 maanden