AOW-woordenlijst

AOW-woordenlijst

Rond de AOW worden veel afkortingen en vaktermen gebruikt. In deze woordenlijst leggen we de belangrijkste in gewone taal uit.

A

AIO-aanvulling
Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen: een aanvulling tot het sociaal minimum voor mensen met een onvolledige AOW en weinig ander inkomen. Zie AIO-aanvulling.
Anw
Algemene nabestaandenwet. Geeft onder voorwaarden een uitkering aan de partner van iemand die overlijdt, als die partner de AOW-leeftijd nog niet heeft. Zie AOW en overlijden van je partner.
AOW
Algemene Ouderdomswet: het basispensioen van de overheid. Zie wat is de AOW?
AOW-gat
Een periode zonder (volledige) AOW, bijvoorbeeld doordat je eerder stopt met werken of een tijd in het buitenland woonde. Zie AOW-gat.
AOW-leeftijd
De leeftijd waarop je AOW ingaat. Hangt af van je geboortedatum. Zie AOW-leeftijd per geboortedatum.
AOW-premie
De premie die je tot je AOW-leeftijd betaalt over je inkomen in de eerste belastingschijf. Zie AOW-premie.

D – G

Duurzaam gescheiden leven
Getrouwd zijn, maar blijvend niet meer als paar samenleven. Dan kun je het AOW-bedrag voor alleenstaanden krijgen. Zie AOW bij scheiding.
Gehuwdenpensioen
De AOW voor getrouwden en samenwonenden: ongeveer 50% van het netto minimumloon per persoon.

L – O

Loonheffingskorting
Korting op de loonheffing die maar door één instantie mag worden toegepast, meestal de SVB. Zie AOW en belasting.
Omslagstelsel
De manier waarop de AOW wordt betaald: werkenden betalen met hun premie de AOW van de huidige gepensioneerden.
Ongehuwdenpensioen
De AOW voor alleenstaanden: ongeveer 70% van het netto minimumloon.
Opbouw
Het deel van de AOW waar je recht op hebt: 2% per verzekerd jaar in de 50 jaar vóór je AOW-leeftijd. Zie AOW-opbouw berekenen.

P – V

Partnertoeslag
Een aanvulling op de AOW voor wie een jongere partner zonder (veel) inkomen had. Voor nieuwe gevallen afgeschaft in 2015. Zie AOW met een jongere partner.
Pensioenrichtleeftijd
Rekenleeftijd voor het pensioen via je werkgever, niet te verwarren met de AOW-leeftijd. Zie AOW-leeftijd en pensioenrichtleeftijd.
SVB
Sociale Verzekeringsbank: de organisatie die de AOW uitvoert en uitbetaalt.
Vakantiegeld
Een vast bedrag dat je per maand AOW opbouwt en dat in mei wordt uitbetaald. Zie AOW-vakantiegeld.
Volksverzekering
Een verzekering waarvoor iedereen die in Nederland woont automatisch verzekerd is, zoals de AOW, de Anw en de Wlz.
Vrijwillige verzekering
Zelf AOW blijven opbouwen als je in het buitenland woont, door premie te betalen aan de SVB. Zie AOW-opbouw en het buitenland.

Z

Zvw-bijdrage
De inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet, die de SVB op je AOW inhoudt. Zie AOW-bedragen.